WATERWINNING:
foto waterwinning

waterput
De bevoorrading met proper drinkwater in de zone achter het front was van levensbelang. Ondermeer om allerlei infectieziektes te voorkomen was de beschikking over zuiver water essentieel. Geleidelijk zette het leger een nieuwe waterbedeling op met water bevoorrading vanuit Frankrijk (voor het gebied ten noorden van de vaart Duinkerke- Nieuwpoort). Ook nieuwe winningsputten op de IJzer in Haringe en Roesbrugge, evenals captatie van oppervlaktewater droegen hiertoe bij.
De ondergrond van de duinen bevatte belangrijke zoetwatervoorraden die tijdens de Eerste Wereldoorlog voor het eerst werden aangesproken. In de voorbereiding voor het Passendale-offensief midden 1917 legde het Britse leger een eerste beperkte waterwinning aan in de Oude Duinen. Dit gebeurde op Frans grondgebied iets ten westen van de landsgrens. Na de mislukking van het offensief kwam de sector opnieuw onder controle van het Belgische leger. Onder de leiding van majoor Van Meenen legden de troepen van de TAG (Troupes Auxiliaires du Génie) een volwaardige waterwinning aan. Het geheel kaderde in de uitbouw van een algemene waterbedeling van het gebied achter het front. Cabour stond in voor de distributie ten zuiden van het kanaal Veurne-Duinkerke, ten westen van de Lovaart en tot aan Groot-Alveringem in het zuiden. Het duingebied ten noorden van het kanaal Veurne-Duinkerke werd tot aan Koksijde bevoorraad vanuit Duinkerke. Meteen was de basis gelegd voor een meer systematische waterwinning in de duinen. Na de oorlog nam het Ministerie van Binnenlandse Zaken de installaties en de distributie voor haar rekening. In 1920 droeg men de installaties over aan het Koninklijk Hoogcommissariaat voor de Wederopbouw, die de waterdistributie verder uitbouwde naar de herop te bouwen steden en dorpen. Deze instantie voerde dan ook de capaciteit op en vulde de drainagesleuven aan met een tiental boorputten. Op 24 december 1924 stichtten de gemeenten Adinkerke, De Panne, Veurne, Oostduinkerke en Nieuwpoort de ‘Tussengemeentelijke Maatschappij van Veurne-Ambacht voor Waterbedeeling’. Zij kochten in 1928 een eerste gedeelte van het Cabourdomein op en bouwden de waterwinning verder uit. In 1930 wijzigde de naam van de maatschappij in ‘Intercommunale Waterleiding Maatschappij van Veurne- Ambacht’ of kortweg IWVA. Momenteel is de waterwinning omwille van de hoge natuurwaarde van het gebied, volledig afgebouwd en is het Cabourdomein een Vlaams Natuurreservaat. Binnen het domein zijn de kerngebouwen van deze eerste waterwinningsinstallatie, opgetrokken tijdens de Eerste Wereldoorlog, nog bewaard gebleven. Ze vormen een merkwaardig industrieel-archeologisch geheel. De installatie was ingeplant ten oosten van de verdedigingswerken. Vermoedelijk nam het Belgisch leger vanaf eind 1917 de waterwinning over en startte ze met de uitbouw van de infrastructuur in de winter van 1917-18. Dit geheel omvatte een pompinstallatie en twee ronde collectorputten. De twee reinwaterkelders ten westen van het pompgebouw dateren vermoedelijk eveneens uit deze periode. Het oorspronkelijke pompgebouw bestaat uit een eenvoudige bouw van één bouwlaag van 6 traveeën onder een zadeldak. In de meest noordelijke travee was de pomp opgesteld, aangedreven door een stoommachine. Ten westen liggen de overdekte waterreservoirs, opgetrokken uit baksteen en voorzien van een cementlaag Tijdens de oorlog waren deze waterreservoirs afgedekt met een zadeldak. Bij dit pompgebouw hoorden ook twee schuilbunkers die eveneens bewaard bleven. Ook twee van de eerste collectorputten bleven bewaard. Ze hebben een diameter van respectievelijk 10 en 4 m.
Dit geheel onderging regelmatig uitbreidingen en aanpassingen.